Duurzaam inkopen. Wat kunnen we nog leren?

gogreen

Duurzaam inkopen. Wat kunnen we nog leren?

Duurzaamheid wordt steeds belangrijker, ook binnen bedrijven. Groene stroom, zo min mogelijk vervuiling: allemaal zaken waar tegenwoordig rekening mee wordt gehouden. Maar hoe zit het eigenlijk met de inkoop, hoe duurzaam is deze?

Duurzame inkoop blijkt in de praktijk vaak lastiger dan gedacht. Volgens Robert van der Laan, partner bij advies- en accountantskantoor PwC, komt dit doordat een groot deel van de duurzaamheidskosten niet bij de bedrijven zelf zit. Als voorbeeld haalt hij Puma aan. De sportkledingfabrikant houdt sinds enkele jaren de externe kosten van haar bedrijfsactiviteiten bij. Daarmee worden de maatschappelijke kosten bedoeld die het bedrijf niet zelf maakt, zoals CO2-uitstoot en waterverbruik. Uit de berekening blijkt dat de fabrikant jaarlijks 145 miljoen euro aan extra kosten maakt. Maar let op: slechts 8 miljoen daarvan zit bij het bedrijf zelf. Het overige deel zit bij de toeleveranciers.

Doordat de kosten vaak buiten de bedrijven zelf liggen, blijkt duurzaam inkopen een lastige zaak. Volgens Van de Laan is het heel belangrijk, maar erg moeilijk te realiseren: “Het gaat over allerlei bedrijven waar je zelf geen controle over hebt. In de keten kun je de vierde of vijfde schakel zijn. Je koopt bijvoorbeeld van een Nederlandse toeleverancier. Maar die haalt zijn spullen misschien uit India, of uit China. En je weet niet wat die bedrijven doen.”

De meeste bedrijven hebben daarnaast niet genoeg macht om eisen te stellen aan de toeleveranciers. Grote bedrijven en coöperaties kunnen dit wel, belangrijk is dus dat bedrijven in de toekomst hun krachten gaan bundelen. Een mooi voorbeeld van een initiatief dat duurzame inkoop bevordert is ‘Het Initiatief Duurzame Handel’. Rond iedere handelsstroom worden coalities gevormd van Nederlandse bedrijven en wordt gekeken naar de richting en grootte van de stromen en wat er gedaan kan worden om deze duurzamer te maken.

gogreen